WELKOM OP MIJN WEBLOG

Dit blog is in de loop der jaren veranderd. Ooit ging het vooral over de bibliotheek, nu gaat het meer over lezen en taal. (Wie denkt: de bibliotheek gaat toch óók over lezen en taal, ziet dat anders dan ik.) Ooit werd het elke dag bijgehouden, nu minder regelmatig. Wat hetzelfde gebleven is: opmerkingen zijn van harte welkom.

woensdag 30 december 2009

Laatste post voor de jaargrens




Sommige bloggers maken aan het eind van het jaar lijstjes of een jaaroverzicht of zelfs allebei. Bij die bloggers hoor ik niet. Het beste boek dat ik het afgelopen jaar las? Geen idee. De mooiste zin? Wist ik hem nog maar. De blogpost waar ik met het meeste plezier op terugkijk? Dan zou ik ze eerst weer allemaal moeten doorlezen. Wat ik in b.v. september gedaan heb? Collecties gemaakt, zoveel is wel zeker, maar voor de rest? Waar ik over nagedacht heb? Soms wel 's over de bibliotheek, maar verder? Hoogtepunten? Niet dat ik me herinner. Dieptepunten? Gelukkig ook vergeten.

Kortom, voor terugblikken ben ik niet geschikt. Vooruitkijken dan? Lijkt me zinloos. Goeie voornemens? Nog nooit gelukt, dus die maak ik niet meer.

Hooguit denk ik eens even aan een regel van Bloem: 'Er is geen weerkomst van een eens gemist getij.' Ik vroeg me af hoe dat gedicht eigenlijk verder ging en zocht het op. Dit is het:


QUANDO VER VENIT MEUM

Nimmermeer. Er is geen weerkomst van een eens gemist getij.
Iedre dag is als de vorige onherroepelijk voorbij.

Altijd zullen lenten keren, altijd zullen herfsten gaan.
Tussen ongeboorne' en doden flitst het menselijk bestaan.

En wat blijft den machtelozen tussen straks en nu en toen?
't Onaanvaardbare te aanvaarden en het zwijgen ertoe doen.

J.C. Bloem


Aanvaarden? Er zit niet veel anders op. Maar het zwijgen ertoe doen? Dat ligt niet in mijn aard. Daarom toch een voornemen: ik blog nog even verder. Of het ook een góed voornemen is? Dat is zeer de vraag. Maar juist de minder goede voornemens lukken vaak het best, is mijn ervaring.

Fijne jaarwisseling allemaal!


(In het filmpje, als tegenwicht voor het sombere gedicht, een vrolijk stukje Händel. Hoewel HM The Queen not very amused lijkt te zijn. Maar dat heb je hier ook wel eens.)

dinsdag 29 december 2009

Kaart&boek 30

















Mijn bijdrage aan de discussie...


Kaart: Theo Swagemakers (1898-1994), Portret 'De vier prinsessen', 1952

Kaart&boek 29 + pleidooi voor het boekenmuseum 2

















Op mijn stukje over het 'boekenmuseum' kreeg ik aardige reacties (zie aldaar a.u.b.). Leuk om te lezen dat in verschillende bibliotheken dingen georganiseerd worden rond boeken en schrijvers. Ik wist ook wel dat dat gebeurde, al heb ik geen idee of het vaak gedaan wordt. Grote bibliotheken hebben er waarschijnlijk meer geld en uren voor, maar in kleine bibliotheken zijn misschien weer meer vrijwilligers voor zoiets te vinden. Wat je altijd in de eerste plaats nodig zult hebben zijn een paar enthousiaste mensen die zo nu en dan een goed idee hebben en die hun enthousiasme op anderen weten over te brengen.

Dat ik begon te denken aan een 'museale' functie van de bibliotheek kwam door de term boekenmuseum, die bij mij in plaats van het ermee bedoelde doemscenario juist het tegendeel opriep: ja natuurlijk moeten we, naast nog heel wat meer, óók boekenmuseum zijn! Er zijn zoveel boeken die het bekijken waard zijn en een boek is meer dan alleen de tekst die erin staat (al suggereert de reclame voor e-readers iets anders).

Digitalisering van zeldzame en kostbare boeken is prachtig: je kunt het boek in een vitrine zetten en op een scherm ernaast kun je er digitaal doorheen bladeren. Ik heb dat 's gezien op een kinderboekentoonstelling in de Kunsthal en vond dat erg leuk. Die hele tentoonstelling was trouwens erg leuk en een voorbeeld voor wat bibliotheken op kleinere schaal zouden kunnen doen.

Bibliotheken zouden voor mijn gevoel iets moeten uitstralen van enthousiasme, liefde en bewondering voor boeken. Wie in een bibliotheek komt moet denken: wat staat (of wellicht: ligt) hier ontzettend veel om te lezen en wat is het boek toch een wonderbaarlijk en prachtig ding. Zou er naast de diverse landelijke werkgroepen die de bibliotheek gaan redden ook niet een werkgroep kunnen komen die het boek als museumstuk (en hiermee bedoel ik beslist niet alleen oude boeken) gaat promoten? Er is al een museum van het boek, we hebben het Letterkundig Museum, er is de afdeling Bijzondere Collecties van de UVA en er is ongetwijfeld nog heel veel meer waar ik nooit van gehoord heb. Daar zou je iets kunnen leren over het maken van exposities of expositietjes en misschien ook wel materiaal kunnen lenen. Of misschien kunnen 'we' wel met ze samenwerken en kleine satelliettentoonstellinkjes maken die aansluiten bij een grote in zo'n echt museum. Grotere bibliotheken hebben zelf ook vanalles in hun kluis staan. Het is zonde dat je daar maar zelden iets van kunt zien. En dat een mooie tentoonstelling, als die eens ergens is, niet ook naar andere bibliotheken gaat. En dat goeie ideeën in elke plaats opnieuw lijken te moeten worden uitgebroed.

Dus, nogmaals, wat mij betreft wordt de bibliotheek ook een beetje een boekenmuseum.

Ach ja, men droomt wel eens wat...


Kaart: Vincent van Gogh, Romans Parisiens, 1887

zondag 27 december 2009

Kaart&boek 28 + pleidooi voor het boekenmuseum























In het kader van mijn nieuwe benadering vandaag een stukje over het 'boekenmuseum'. Ik leerde deze term kennen door Edwin, die hem af en toe gebruikt, meestal in combinatie met 'verworden tot'. Het is een term die me niet zo bevalt, d.w.z. niet in de zin waarin hij bedoeld wordt. Wat ik er in lees is ongeveer dit: als we zo doorgaan met de bibliotheek dan staan daar over een jaar of vijf misschien nog wel heel veel boeken in de kast, maar bijna niemand leest ze nog. Ik vrees overigens dat dat idee wel kan kloppen. Ik ben een paar keer in de OBA geweest en heb daar veel mensen achter pc's en laptops gezien en welgeteld een persoon die een boek inkeek. En hier in R'dam is het niet veel anders. In kleinere bibliotheken waarschijnlijk wél, maar daar kom ik nooit.

Je kunt, lijkt mij, op verschillende manieren op die ontwikkeling reageren. Mensen die de term 'boekenmuseum' gebruiken zien, voor zover ik het begrijp, als remedie: andere dingen doen en aanbieden in de bibliotheek, zoals gratis internet, comfortabele werkplekken en de mogelijkheid koffie en broodjes te kopen, begeleiding bij digitaal zoeken, jeugd de kans geven in de bibliotheek te komen gamen, een rol spelen bij het vergroten van 'mediawijsheid' in de samenleving, enz. Vooral dus de 'digitale dingen', zogezegd. Het lijkt me allemaal op zijn minst het proberen waard tot zelfs van groot belang. Maar je zou op het feit dat vrijwel niemand meer voor de boeken naar de bibliotheek lijkt te komen ook op een andere manier kunnen reageren. Let wel: ik bedoel niet in plááts van de zojuist genoemde dingen, maar ernáást.

Eerst nog even iets over de term 'boekenmuseum'. Ik weet niet wie die bedacht heeft, maar erg sterk vind ik hem niet. Want waar de bibliotheek toe 'verwordt' als daar niemand meer een boek komt lenen is geen boekenmuseum maar een boekenmagazijn. Mensen komen naar een museum om daar kunst of andere dingen te bekijken, maar ze zullen echt niet naar de bibliotheek komen om daar de boeken te bekijken die in de kasten staan.

Ik zou het juist wel fijn vinden als elke bibliotheek ook een beetje een boekenmuseum was. Maar dan bedoeld als: een plaats waar iets te zien is van de schoonheid ván en de liefde vóór het boek. Een boek is naast drager van tekst ook een ding op zichzelf en soms een heel mooi ding. Veel boeken zijn de moeite waard om naar te kijken, sommige zijn zelfs prachtig. Als bibliotheek zouden we daar iets mee moeten doen. Voor een deel kan dat digitaal, maar ik zou het ook mooi vinden als elke bibliotheek, ook de kleine, exposities maakte van oude boeken, bijzondere boeken, trendy boeken, mooi uitgegeven series, alle drukken van een bekend boek, de mooist vormgegeven boeken van een bepaald jaar, fraai geïllustreerde (kinder)boeken, enz. enz. Of iets over een auteur maar dan niet zo'n treurig tafeltje met tien uit de kast geplukte boeken, maar iets moois, iets waar zorg aan besteed is en waar over nagedacht is door iemand die verstand heeft van vormgeving en presenteren. Ooit beschreef ik al eens een ideetje, zoiets bedoel ik nu ook, maar dan groter.

Regelmatig zie ik in de trein iemand een bibliotheekboek lezen. Ik zit me dan altijd een beetje te schamen, want vrijwel zonder uitzondering zien die boeken er aftands uit: verfomfaaid, smoezelig, een goedkope herdruk. Ik begrijp heus wel dat bibliotheekboeken niet altijd nieuw kunnen zijn (al vind ik het aanschaffen van goedkope herdrukken eigenlijk uit den boze), maar er zou in de bibliotheek zelf iets tegenover kunnen staan. De boeken die je kunt lenen hoeven dan misschien niet altijd mooi te zijn, maar de bibliotheek zou ook aandacht kunnen (eigenlijk vind ik: moeten) vragen voor de uiterlijke schoonheid van veel boeken, voor hoe de vormgeving ervan in een tijdperk past, enz. Dat gebeurt ook wel hier en daar, maar in 'gewone' bibliotheken volgens mij maar zelden. (Ik laat me graag overtuigen van het tegendeel.)

Volgens mij hoeft dit helemaal niet zoveel te kosten, d.w.z. niet als je het vergelijkt met wat sommige andere dingen kosten die ook gebeuren. Het kan landelijk of op zijn minst 'provinciebreed' worden opgezet, tentoonstellingen kunnen rouleren en naar een begeleidend digitaal programa kan door iedere bibliotheek die meedoet via de eigen website verwezen worden.

Kijk, dát is tenminste een boekenmuseum. En trouwens, wie denkt dat een museum muf en saai is zal er vermoedelijk niet vaak komen, want dat geldt voor veel musea helemaal niet.

Ik wil er nog meer over kwijt, maar dat komt nog.


Kaart: Late nineteenth & early twentietht-century children's books from the Opie Collection of Children's Literature, Bodleian Library, University of Oxford

zaterdag 26 december 2009

Kaart&boek 27























Kaart: Rotraut Susanne Berner, z.t., Black Olive Press

vrijdag 25 december 2009

Kaart&boek 26























Kaart: Medewerker van Jan van Eyk, Maria met Kind ('Ince Hall-Madonna')

donderdag 24 december 2009

Recycling 2























Net als vorig jaar een digitale versie van een in een ver verleden gemaakte kerstkaart. Ik schat deze op ruim 20 jaar.

Ik wens alle lezers van dit blog een plezierige en vredige kerst!

woensdag 23 december 2009

Rotterdam 2009-8

















Zojuist glibberde ik heen en terug naar AH hier op de hoek, vanwege de kerstboodschappen (1e ronde). In het stuk straat waar ik dan doorheen kom woont, voor zover ik weet, in de benedenhuizen één allochtoon (volgens mij Turks) gezin. Er was één stuk stoep prachtig schoon gemaakt. Raad maar eens waar. Bij de (Marokkaanse) moskee aan de overkant was ook een paadje, bij AH was het hele voorplein (dat ook nog 's schuin loopt) glad.

Inmiddels zijn er twéé schoongemaakte stukken stoep in onze straat, het tweede wat minder mooi dan het eerste, maar het kan er mee door. (Raad nog maar 's waar.)

Zou je dat op de inburgeringscursus leren, dat je bij sneeuw je stoep moet schoonmaken? Of doet in Turkije gewoon iedereen dat nog?

Naschrift (3 kwartier later): Zojuist heen en weer geglibberd naar de brievenbus, de andere kant op dan AH, waarmee ik mijn kant van de straat helemaal gehad heb (het is maar een korte straat). Vier sneeuwvrije stukken gezien: bij het Marokkaanse reisbureau, de Marokkaanse snackbar, de Marokkaanse 2ehandswinkel en het Marokkaanse koffiehuis.

Naschrift 2 (bijna 5 uur later): En weet je waar het inmiddels misschien nog wel het gladst is? Juist ja, op die schoongeveegde stukken die nu beginnen op te vriezen...

Naschrift 3 (kwartier later): ik heb mijn geveegde stukje met zout bestrooid. Hopelijk houdt dat de gladheid weg.

Naschrift 4 (de volgende dag): mijn stukje is een oase in een woestijn van gladheid.


Foto: Nico van der Horst foto-video, hier gevonden.

dinsdag 22 december 2009

Kaart&boek 25 + gewetensvraag

















Edwin vroeg me, in een reactie op mijn blogpost van afgelopen zondag:

Waarom toch altijd beginnen over conservatief als je zegt dat je het liefst zou zien dat bibliotheken alleen boeken bevatten en dan nog het liefst alleen literatuur? Dat is toch gewoon een wens/mening?

En Ton de Kruyff schreef n.a.v. diezelfde post:

Maar voor mij hoort er ook informatie in een bibliotheek thuis. Van allerlei kanten. Via een pc, maar ook weer vooral op papier.

Beide opmerkingen hebben me aan het denken gezet. Ik ben er nog niet uit, maar soms helpt het als je toch alvast wat opschrijft.

Waarom noem ik de gedachte aan een 'literaire bibliotheek' conservatief? Of ik dat altijd doe weet ik niet, maar ik zal het vast wel vaker hebben gedaan. Inderdaad is het gewoon een wens/mening, maar mij lijkt dat wat meestal als progressief of conservatief bestempeld wordt ook juist de wensen en meningen van mensen zijn. Over gedrag hoor je dat toch niet zo vaak. Ik zie dus geen tegenstelling tussen 'conservatief' en 'gewoon een wens/mening', eerlijk gezegd.

Maar daar is de vraag nog niet mee beantwoord, want ik begrijp natuurlijk best wat er bedoeld wordt: waarom associeer ik wat ik vind over een 'literaire bibliotheek' toch steeds met conservatief? En daar raakt de vragensteller wel een gevoelige snaar. Want het is een vorm van zelfbeschuldiging waar ik eigenlijk helemaal niet aan zou willen doen, maar waar ik me een beetje toe gedwongen voel door de sfeer in 'biblioblogland'. Of dat ook de sfeer is in 'bibliotheekland' in ruimere zin weet ik niet, want daar heb ik onvoldoende zicht op.

Als (en voor zover) ik 'biblioblogs' lees, lees ik daar vaak over vernieuwing en die vernieuwing is vrijwel altijd 'digitaal' van aard, om het zo maar even te noemen. De bibliotheek moet een nationale website hebben, de bibliotheek moet op hyves, de bibliotheek moet iets met wikipedia, de bibliotheek moet gevonden worden door zoekmachines, de bibliotheek moet een betrouwbare toegangspoort worden tot digitale informatie, in de bibliotheek moet je kunnen gamen, enz. Het is niet helemaal mijn wereld en misschien is het zelfs helemaal mijn wereld niet. Dat komt omdat ik werk voor hoogbejaarden én omdat ik met boeken werk. Over al die andere dingen lees ik wel eens wat en ik heb er ook wel af en toe een mening over, maar echt veel weet ik er niet van omdat ik er geen praktijkervaring mee heb. Van het een verwacht ik meer dan van het ander: een goeie toegangswebsite voor heel bibliothecair Nederland lijkt me van levensbelang voor de bibliotheek, aanwezigheid op hyves weer wat minder. Maar elk experiment, mits redelijk onderbouwd, goed uitgevoerd en bijtijds (en kritisch) geëvalueerd, lijkt me nuttig en ik lees er graag over. Als ik kritiek heb is die opbouwend bedoeld, d.w.z. theoretisch gesproken dan, want ik realiseer me heus wel dat mijn op- en aanmerkingen niet snel een beleidsmaker zullen bereiken, laat staan beïnvloeden. (Maar dat mag de pret in het geheel niet drukken.)

Al deze 'digitale' zaken worden, volgens mij, door vrijwel iedereen gezien als vooruitstrevend. De een zal ze wat meer omarmen en toejuichen dan de ander, maar je hoort nooit eens iemand zeggen dat 'digitaal' ouderwets of behoudend is. 'Bibliotheekvernieuwing' gaat dan ook heel vaak over digitale dingen en subsidie voor bibliotheekvernieuwing gaat volgens mij ook heel vaak naar digitale dingen.

Ik schreef het al in mijn eerste korte reactie op de vraag van Edwin: dat ik, als ik iets schrijf over de bibliotheek als centrum voor literatuur, daar meteen zelf maar vast aan toevoeg dat dat door veel mensen wel conservatief gevonden zal worden, komt door termen als 'boekenmuseum' en 'ouwe meuk' die ik af en toe lees als het op biblioblogs over boeken gaat. Zelf zeg ik nooit 'pretpark' of 'moderne shit' of zoiets, als ik het over nieuwe ontwikkelingen heb. Maar ik voel mij wél gedwongen om te zeggen 'ik weet dat menigeen het idee van een bibliotheek waarin het in de eerste plaats over literatuur gaat verouderd vindt' waarmee ik eigenlijk, ook al laat ik het er niet op volgen, toch een beetje bedoel: 'maar wees alstublieft zo vriendelijk mij daarom toch niet meteen af te schrijven' of zoiets.

En ja, dat moet maar eens afgelopen zijn. Het is nog net geen zelfcensuur, maar het begint er op te lijken. Dat ik me ertoe gedwongen voel zegt ongetwijfeld iets over mij en misschien ook iets over de sfeer in de biblioblogwereld. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik daar maar per ongeluk in verzeild geraakt ben en er maar half-en-half thuishoor, maar mijn plekje verdedigen met 'ik weet wel dat ik ouderwets ben, maar ik bedoel het toch echt goed hoor', dat is natuurlijk een beetje slap, en dan zeg ik het nog voorzichtig. Laf kun je het eigenlijk wel noemen.

Dat was dus even een confronterende vraag, maar wel nuttig. Dankjewel, Edwin.

Op de opmerking van Ton de K. kom ik hopelijk later nog terug. Ook over wat ik bedoel met een 'literaire bibliotheek' moet ik nog maar eens iets uitleggen. Maar zo was het wel weer even genoeg.


Kaart: Quint Buchholz, Der Gruss, Inkognito, Berlijn

zondag 20 december 2009

Kaart&boek 24























Zie je die kaas in de boom, Anna? Wel een beetje vreemd dat die muis niet naar het voorlezen luistert. Of zou dat in een moeite door gaan?


Kaart: Rotraut Susanne Berner,Vorlesestunde, Inkognito, Berlijn

Waar of niet?
















Ik wist wel dat er mensen zijn die in complottheorieën geloven, maar dat was tot nu toe van horen zeggen of uit de krant. Maar gisteren verkeerde ik in een gezelschap waarin enkele mensen dergelijke theorieeën aanhingen. Ik voerde zelf een gesprek over minder controversiële zaken, maar ving wel het e.e.a. op en werd later door huisgenoten nog wat bijgepraat. De theorieën die ter sprake kwamen waren o.a. dat 9/11 beraamd is door de Amerikaanse regering en dat het broeikaseffect een leugen is. Het eerste had als doel een oorlog in Irak te legitimeren, het tweede heeft iets te maken met plannen van topmensen uit het bedrijfsleven en de banken voor een wereldregering. Met dat laatste hangt b.v. ook de val van de DSB-bank weer samen. En zo werden er nog wat van die dingen genoemd.

Het gaat me niet om het waarheidsgehalte van deze theorieën. Mij overtuigen ze in verste verte niet, maar daar wil ik het (hier) niet over hebben. Waar het me om gaat is dat de aanhangers bepaald geen domme jongens waren, veel hadden gelezen en veel argumenten hadden voor hun overtuigingen. Hun belangrijkste bron leek internet te zijn, maar er zullen vast ook wel boeken bestaan die hun mening vertegenwoordigen. Een van de deelnemers aan het gesprek zei: als iets mijn belangstelling heeft lees ik alles wat ik erover kan vinden. Deze man is afgestudeerd econoom, heeft een scriptie geschreven over de economische aspecten van groene energie (of iets dergelijks) en gelooft dat wat we in de krant lezen over CO2-uitstoot en de opwarming van de aarde onzin is. Niet de CO2 leidt tot opwarming, maar opwarming (waar de mens geen invloed op heeft) leidt tot meer CO2-uitstoot. Of zoiets. En dat we het tegendeel moeten geloven dient heel andere doelen dan verbetering van het milieu. Ik geef het vast niet goed weer, maar wat ik maar wil zeggen is dat iemand die er toch echt wel verstand van heeft iets kan beweren wat iemand anders die er ook echt verstand van heeft grote onzin kan vinden. Zo iemand was er ook bij: ook een econoom, maar met een heel andere mening.

Na deze ervaring vraag ik me nog wat meer af dan ik toch al deed wat de bibliotheek eigenlijk bedoelt met 'mediawijsheid' en informatie op waarde schatten en betrouwbaarheid van bronnen, enz., waar we zo voor nodig zijn en zo goed aan kunnen bijdragen. De complottheoretici zullen zeggen: de bibliotheek verwijst alleen maar naar 'officiële' bronnen, maar daar word je door voorgelogen. Je moet de mensen juist de weg wijzen naar de níet-officiële publicaties, want wikipedia kunnen ze zelf wel vinden. Tja, en wat doe je dan? Ik zou het niet weten. Moeten we dan elke keer zeggen: de meest gangbare mening is deze, maar er zijn ook andere stromingen, die heel anders denken? En weten we dat dan allemaal en kunnen we het beoordelen? En wat gebeurt er als je toevallig op school een economieleraar hebt die zo'n complottheorie aanhangt en zijn mening heel geloofwaardig weet over te brengen? Of als je vader ervan overtuigd is dat aanslagen niet door zgn. terroristen worden gepleegd maar door regeringen? Of als je moeder zegt dat ze je met nano-chips injecteren als je denkt dat je een griepprik krijgt? Waar staan we als bibliotheek in al die discussies? Moeten we daar wel in willen staan? Kunnen we dat eigenlijk wel?

(Stiekem denk ik: laten we het in de bibliotheek toch gewoon alleen over literatuur hebben. Daar kunnen we onze handen aan vol hebben en veel mensen mee boeien, als we het goed doen. De rest van de discussies vindt dan wel elders plaats. Maar dit denk ik heel stiekem en schrijf ik daarom heel klein en tussen haakjes.)


Schilderij: Rembrandt van Rijn, De samenzwering van Claudius Civilis, 1661, hier gevonden.

vrijdag 18 december 2009

Kaart&boek 23




Kaart: Hans de Beer, Plume dans son igloo (Kleine IJsbeer in zijn iglo)

donderdag 17 december 2009

Kaart&boek 22























Kaart: Rotraut Susanne Berner, z.t., Black Olive Press

Oppervlakkig?
















Gisteren was op ZBDigitaal een verslag te lezen van de lezing die Francisco van Jole hield op het symposium over digitaal erfgoed en de bibliotheek, dat in de Zeeuwse Bibliotheek gehouden werd. Ik las dat verslag en verbaasde mij over twee dingen.
1. Over de uitspraak van Van Jole 'Wat niet digitaal is bestaat niet'. Ik begrijp de bedoeling, maar je zou b.v. ook kunnen zeggen 'De belangrijkste dingen in het leven zijn niet digitaal'. Dat lijkt me (minstens) net zo waar.
2. Over dit stukje tekst:

Een van de toepassingen die Enno Meijers en Edith Zuiderent vanochtend presenteerden, was een toepassing voor de Surface Tafel die vandaag gedemonstreerd wordt op de infomarkt. Dat is precies waar van Jole op doelt: daar kom je straks nog voor naar de bibliotheek en niet voor boeken die je ook op je iPhone bij je draagt.

Ook dit meen ik te begrijpen, maar op het eerste gezicht vind ik het toch een beetje korte-termijndenken. Dat de meeste mensen geen surface-tafel van 13.000 euro voor zichzelf kopen lijkt me logisch. Maar wat je ermee kunt doen zal vermoed ik over een paar jaar ook op je pc of je tv (of een combinatie daarvan) kunnen of wie weet zelfs al op een huiskamerversie van de tafel, misschien ietsje minder mooi, maar je hoeft er de deur niet voor uit en je kunt er met het hele gezin of al je vrienden gezellig voor of omheen gaan zitten en intussen ook nog wat eten en drinken. Wat men dan van de bibliotheek verwacht is dat je alles wat daar aan 'digitaal erfgoed' te vinden is gewoon thuis met je eigen apparatuur kunt zien en gebruiken, net zoals je boeken die je wilt lezen op je iPhone kunt zetten. Dus denken dat de surface-tafel of iets anders digitaals dat misschien over een jaar of wat ontwikkeld wordt de bibliotheek zal redden lijkt me eigenlijk een beetje naïef omdat het altijd na een tijdje verouderd zal zijn. En gezien de snelheid waarin bibliotheken op nieuwe ontwikkelingen inspelen zullen we altijd achter lopen.

Ik zou denken: zet in op díe dingen die niet door technische ontwikkelingen kunnen worden ingehaald: een lezing over evolutie, het voorlezen van kleuters, praten over literatuur, advies over kinderboeken, een prettige leestafel met kranten en tijdschriften en koffie, enz. Simpele dingen misschien, maar niet in digitale vorm verkrijgbaar en min of meer uniek voor de bibliotheek. Doe vooral iets voor kinderen en voor ouderen, want dat zijn de groepen die voor hun leesplezier het meest van de bibliotheek afhankelijk zijn en daarom het 'dankbaarste' publiek vormen.

Dat menigeen dit een conservatief stukje zal vinden besef ik. Maar dat is het aardige van een weblog: je kunt er zo conservatief op zijn als je wilt. (Ik bedoel overigens niet dat je zo'n surface-tafel niet zou moeten aanschaffen, al heb je voor hetzelfde geld natuurlijk ook 750 prentenboeken, maar alleen dat je er volgens mij niet te veel van moet verwachten als publiekstrekker voor de langere termijn).


Illustratie hier gevonden.

dinsdag 15 december 2009

Kaart&boek 21

Met dank aan Henk:






















Kaart: Gerry Hurkmans, Boeken II, Art Unlimited, Amsterdam

zondag 13 december 2009

Rotterdam 2009-7

















Bij de Marokkaanse slager/groenteboer (voor mij dat laatste), die hier op de hoek in dezelfde hal zit als AH, kom ik niet zo vaak omdat ik meestal voor het gemak alles tegelijk bij AH koop, maar af en toe toch wel. De kerstomaatjes zijn er lekker, het is er meestal prettig chaotisch en er werkt een 'Chinees' (ik noem hem maar zo omdat hij er zo uitziet) die altijd goed is voor een grap. Deze keer hield hij een gek en onbegrijpelijk verhaal over een tweede kind dat zijn vrouw wél en hij niet wilde, maar misschien ging het ook wel over iets anders. Zijn Marokkaanse baas zei zuchtend (maar lachend): Hij is gek in zijn hoofd en hij sleept ons mee. Ik zei: Maar hij is altijd vrolijk, dat is ook belangrijk. Er werd nog wat meer gezegd, ook door een andere klant, wat ik allemaal niet volgen kon, en toen zei de Chinees tegen zijn baas: Jij gaat naar de Filistijnen. De baas zette (letterlijk) grote ogen op: Naar de Filistijnen?? Een andere, Marokkaanse, werknemer reageerde met: Naar de Pálestijnen! Algemeen gelach. Ik dacht: zijn de Palestijnen van nu eigenlijk niet de Filistijnen van toen (toen=bijbelse tijd)? Het lijkt erop dat dat inderdaad een beetje klopt, maar ik weet wel bijna zeker dat het niet dáárom gezegd werd.


Foto: Google Streetview

Wat ik las 32

Het lied van de dodo van David Quammen (ondertitel: Eilandbiogeografie in een eeuw van extincties) las ik deels uit belangstelling, deels als een vorm van boetedoening. Dat kwam zo. Op ZBDigitaal ging het een week of zeven geleden over het interview in de Volkskrant waarin de bekendste bibliotheekdirecteur van Nederland beweerde dat hij in principe geen boeken leest. Omdat ik inmiddels gewend ben wat deze directeur zegt zo nodig met enige korrels zout te nemen, deed dat me weinig. Wat ik me wél aantrok was wat een andere, iets minder landelijk bekende, bibliotheekdirecteur in een reactie op dat stuk schreef, nl. dat hij nooit meer romans las. Ik schreef er een blogpostje over waar tot mijn verrassing door degene die mij ertoe geïnspireerd had op gereageerd werd. Zo werd me duidelijk dat deze directeur weliswaar geen romans meer leest, maar wel heel wat andere boeken die ík waarschijnlijk nooit zal lezen, alleen al omdat ze me veel te moeilijk lijken.

Omdat hij vertelde dat hij ooit wél veel romans had gelezen, vroeg ik, wat ik wel vaker doe als ik een belezen persoon ontmoet, om leesadviezen. Bij de tips die ik kreeg stond Bij nader inzien van Voskuil en daardoor had ik meteen vertrouwen in het lijstje. Het boek van Quammen stond er ook op en zou iets zijn tussen literatuur en non-fictie in. Het bleek eenvoudig te vinden (op mijn werk), en ik besloot het te gaan lezen, mede omdat ik me inmiddels een beetje schaamde over mijn aanmatigende opmerkingen over het 'moeten' lezen van romans. (Ik vind overigens nog steeds dat iedereen, en bibliotheekdirecteuren in het bijzonder, dat eigenlijk zou moeten doen, maar wat je vindt hoef je niet altijd op te schrijven natuurlijk.) Ik vond dat ik wel enige penitentie verdiend had.

En, was het een straf om Het lied van de dodo te lezen? Een beetje wel, eerlijk gezegd, al heb ik er zeker geen spijt van dat ik hem vrijwillig op me genomen heb. Ten eerste is het boek erg dik en moest ik het wekenlang meesjouwen naar mijn werk om er in de trein in te lezen. Ten tweede vond ik het wat langdradig. Ten derde vond ik het tamelijk saai geschreven.

Dit waren de minpunten. De pluspunten waren dat het een zeer leerzaam boek is, dat de schrijver bewondering afdwingt voor wat hij weet en doet, en dat het over een terrein gaat dat me interesseert, laat ik het maar 'het milieu' noemen. En ondanks de in mijn ogen saaie stijl is het toch een meeslepend boek omdat er zoveel in gebeurt.

Het lied van de dodo gaat over evolutie en uitsterven van soorten. Omdat deze zaken in het bijzonder op eilanden zijn waar te nemen, heeft de auteur veel eilanden bezocht en daar gesproken met allerlei onderzoekers. Zelf is hij volgens mij wetenschapsjournalist en geen 'wetenschapper', maar de enorme lijst van door hem geraadpleegde literatuur is zeer indrukwekkend. Het enige waar hij in het biologisch en ecologisch onderzoek niet veel mee opheeft is wiskunde, en hoewel hij het belang ervan wel inziet, doet hij als er een formule o.i.d. ter sprake komt, daar altijd een beetje lacherig over, in de sfeer van 'daar gaan we ons maar niet druk over maken, daar heeft u als lezer natuurlijk ook helemaal geen zin in'. Dat vond ik een beetje flauw, maar voor de rest heb ik veel respect voor de enorme inzet van de auteur: veel boeken en rapporten lezen, veel wetenschapsmensen interviewen en ook alles nog eens ter plaatse gaan bekijken. En dat vervolgens allemaal samenvatten in een voor een 'breed publiek' toegankelijk boek. Er zijn niet veel mensen die zoiets kunnen vermoed ik.

Dat ter plaatse gaan bekijken geeft het boek de sfeer van een spannend avonturenboek. De auteur bezoekt allerlei eilanden, zoals de Galapagos-eilanden, de Indonesische archipel, Mauritius, de Hawaï-eilanden. Quammen vertelt over de reizen van A.R. Wallace, die ongeveer tegelijk met Darwin (of wellicht zelfs eerder) een theorie over het onstaan van soorten ontwikkelde maar daar minder beroemd mee werd, en maakt zelf ongeveer dezelfde reizen. Hij ontmoet veel onderzoekers die in vaak nogal oncomfortabele omstandigheden hun onderzoek verrichten en is bepaald niet bang of voorzichtig te noemen, zodat zijn avonturen soms maar op het nippertje goed aflopen.

Ik heb mijn huisgenoten een aantal 'spannende verhalen' uit het boek kunnen vertellen, zoals over Quammens ontmoeting met een Komodo-varaan of over de man wiens dak en terras vol lagen met leguanen, de man die het op zich nam een vrijwel uitgestorven torenvalksoort te redden, en de vrouw die poep van spinapen verzamelt. Ik heb fascinerende dieren leren kennen waar ik nog nooit van gehoord had, zoals de tenrek.

Het was aangenaam leesvoer, maar de ondertoon is uiterst ónaangenaam: er dreigt op grote schaal uitsterven van vele diersoorten. In feite is dit al bezig sinds de mens op aarde verschenen is, maar het tempo is de laatste decennia dramatisch verhoogd. Ik wist dat wel min of meer want het staat natuurlijk ook af en toe in de krant, maar het boek heeft me er veel meer van bewust gemaakt. Het werd me ook duidelijk dat allerlei pogingen om hier een daar een stuk 'natuur' te redden volstrekt onvoldoende zijn omdat het om geïsoleerde stukken gaat. Populaties die daar nog leven kunnen het misschien wel een tijdje volhouden, maar door o.a. inteelt wordt hun genetische variatie te klein en gaat het vermogen zich aan te passen aan veranderende omstandigheden verloren. Daar stopt dus de evolutie.

Over dit boek is heel veel te vertellen, maar dat kan ik niet, deels omdat ik het alweer vergeten ben, deels omdat ik het te moeilijk vind en er geen verstand van heb. Het is een zeer verontrustend boek en voor iedereen die geïnteresseerd is in milieubeheer e.d. volgens mij zeer de moeite van het lezen waard.

Ik heb dus geen spijt van het lezen van dit boek. Het was onderhoudend en leerzaam. Het was ook zeer somber, maar het ontnam je toch niet alle hoop. Maar het lezen van dit boek heeft me óók duidelijk gemaakt waarom ik liever romans lees. Daarover misschien later nog eens iets.

zaterdag 12 december 2009

Kaart&boek 20






















Kaart: Evert Thielen, Løkken, 1993

donderdag 10 december 2009

Rotterdam 2009-6



















Stukje in 8 scènes, voor 7 personen

Personen
1. Oudere dame
2. Medewerkster klantenservice 1
3. Oudere heer
4. Oudere heer 2 (allochtoon)
5. Oudere heer 3 (allochtoon)
6. Medewerkster klantenservice 2
7. Dame (dertiger)

Attributen
Pop in buggy

Locatie
AH: groenteafdeling en balie klantenservice

Scène 1 Oudere dame ontdekt op groenteafdeling tussen kratten poppenbuggy met babypop erin. Kijkt zoekend om zich heen, pakt buggy op en gaat vervolgens door ingangshekje terug naar klantenservice. Medewerkster 1 van klantenservice loopt daar net weg.

Scène 2 Oudere dame kijkt, met poppenbuggy in de hand, wat gegeneerd om zich heen.

Scène 3 Oudere heer 1: 'Heb je die gevonden?'
Oudere dame: 'Ja.'
Oudere heer 1: 'Een vondeling!'
Oudere dame: 'Ja, maar ik hoef hem niet.'

Scène 4 Oudere heer 2, wijzend naar oudere heer 3, tegen oudere dame: 'Geef maar aan hem.' Oudere dame: 'Nee hoor.'

Scène 5 Medewerkster klantenservice 2 neemt plaats achter klantenservicebalie.

Scène 6 Oudere dame overhandigt poppenbuggy aan medewerkster klantenservice 2 en zegt: 'Dit heb ik gevonden op de groenteafdeling. Misschien komt de moeder het ophalen.' Medewerkster 2 pakt buggy aan.

Scène 7 Vanuit de winkel komt dame (dertiger) snel aanlopen en trekt met de, enigszins bekakt uitgesproken, woorden 'Ja, die wou ik net gaan zoeken, dankjewel' poppenbuggy uit de hand van medewerkster 2, en loopt er meteen mee weg.

Scène 8 Medewerkster 2 en oudere dame kijken elkaar verbaasd aan. Oudere dame gaat door ingangspoortje terug naar groenteafdeling. Medewerkster 2 gaat verder met haar werk.

(Schrijverdezes speelde de rol van oudere dame.)


Foto hier gevonden.

Me2




















Boomgaardsstraat/hoek Witte de Withstraat (zie hier), Rotterdam, Zuid-Holland, Nederland, Europa, wereld, heelal.

Ken Lum, Melly Shum hates her job, 1990


Foto hier gevonden.

Rotterdam 2009-5

















Dit briefje lag in de bus. (Naam e.d. door mij doorgestreept.)

woensdag 9 december 2009

Pars pro toto 2

















In een reactie op het stuk van Tenaanval over de retailbibliotheek schreef Brownie:

Wat vooral betekent: alles zó organiseren en presenteren dat je product zichzelf verkoopt. Of in bibliotheektermen: verhalen voor zichzelf laten spreken. En wie kan daar nu bezwaar tegen hebben?

Mijn eerste reactie op die vraag was: ik! Inmiddels denk ik er, door wat Brownie later nog toevoegde, weer een beetje anders over. Dat komt straks, maar ik wil toch eerst proberen uit te leggen waarom ik bezwaar heb tegen dat 'je product zichzelf laten verkopen'.

Dat men er bij AH alles aan doet om hun producten 'zichzelf te laten verkopen' begrijp ik. Maar de bibliotheek is geen AH, want wij verkopen niks. Wij hebben evenmin een 'winstoogmerk', d.w.z. niet in de gebuikelijke betekenis van dit woord. (De winst die wij hopen te behalen is van niet-materiële aard óf wordt wellicht elders geboekt.) Een marketingdeskundige (en ik vermoed dat Brownie zo iemand is) die het m.b.t. de bibliotheek over verkopen heeft wantrouw ik daarom een beetje. Beseft die deskundige wel voldoende dat de bibliotheek een ander doel heeft dan zoveel mogelijk verkopen? En áls hij het beseft, waarom bedenkt hij dan geen betere term?

Stel je eens een speciale AH voor die gesubsidieerd wordt door de overheid. Het doel van die subsidie is mensen te 'verleiden' tot gezonder eten. Je kunt dan verwachten dat zo'n AH de gezonde dingen aantrekkelijk en in het oog lopend uitstalt, voorziet van wat informatie, vaak in de bonus doet, enz. De minder gezonde dingen worden er ook nog allemaal verkocht (want we willen niet betuttelen en het moet ook gewoon een AH blijven), maar daar moet je iets meer naar zoeken.

De bibliotheek wordt ook gesubsidieerd en ook dat heeft een doel. Wat dat doel precies is weet ik eerlijk gezegd niet en ik denk dat de meningen erover verdeeld zijn. Maar één aspect van dit doel lijkt mij toch te zijn dat we mensen willen 'verleiden' eens wat te lezen, en dan bij voorkeur ook af en toe iets met een beetje diepgang. We willen niet betuttelen (gelukkig maar), dus al die boeken waarvan we vinden dat je er je weinig of niks van opsteekt maar die je puur voor je plezier leest, die hebben we gewoon ook, maar als je die wilt lenen moet je er even naar zoeken.

Snapt iemand al waar ik heen wil? Ik ben bang van niet eigenlijk, dus ik licht het nog maar wat verder toe. Die gesubsidieerde gezond-eten-AH legt op zijn meest in het oog springende tafels natuurlijk het gezonde eten, naast de gezond-eten kookboeken, de 'ik-eet-gezond'-schortjes, het snoep met weinig suiker, de doosjes rozijnen enz. In de schappen staan op ooghoogte de verantwoorde dingen, voor de vettere en zoetere moet je door de knieën (waardoor je in elk geval even beweging hebt als je ze koopt). Bij de kassa krijg je als je voor 10 euro gezonde producten gekocht hebt een voetbalplaatje.

Zo ook: in de bibliotheek zouden de boeken waar je iets uit kunt opsteken (met iets bedoel ik ook ongrijpbare zaken als schoonheid, taalgevoel e.d.) op de meest in het oog springende tafels kunnen liggen. Er is ook informatie bij over de auteur, misschien een filmpje, een geluidsfragment en wat er allemaal nog meer te bedenken is (b.v. in het Letterkundig Museum is wel wat inspiratie te vinden). De boeken die toch wel lopen, omdat je er overal posters van ziet en ze in elke top-10 staan, de Mansells en de Kochs en de Noorts dus, die liggen níet op die tafels maar staan gewoon in de kast. Juist die boeken 'verkopen zichzelf' wel (d.w.z. 'lenen zichzelf uit'). Zijn wij er niet juist om de boeken die men níet op het eerste gezicht meeneemt onder de aandacht te brengen? Of gaat het alleen nog maar om uitleencijfers, ongeacht wat men leent?

Hier komt natuurlijk de sandwichformule weer om de hoek kijken. Nemen mensen vanzelf naast twee lekker-lezen-boeken ook een boek mee dat wat minder toegankelijk is? De een gelooft het, de ander niet, maar cijfers zijn er niet. Tot zover mijn gedachtegang.

En toen schreef Brownie (nog steeds in de reacties op het stuk van Tenaanval, waar ik het bovenstaande in sterk verkorte vorm ook had gezegd) dit:

Wat betreft titels die niet voor zichzelf spreken: met de combinatiemogelijkheden die displaytafels bieden, kun je daar nu juist mee gaan spelen. Ik hoorde een mooi voorbeeld van een bibliotheek die ten tijde van de hoogtijdagen van de Da Vinci Code een Leonardo da Vinci display tafel had gemaakt. Non-fictie die normaal gesproken de bieb niet uit te slaan was, ging nu hand in hand met de Da Vinci Code de deur uit.

En toen dacht ik: hé ja, zo kan het ook! Dat is de sandwichformule zoals hij waarschijnlijk het beste werkt: de gezonde broodjes liggen al kant-en-klaar op je te wachten. (Zal ik het voor u inpakken of wilt u het hier opeten?)


Foto hier gevonden.

dinsdag 8 december 2009

(Onderweg naar) Rotterdam 2009-4

















In de trein van Amsterdam naar Brussel kwam tussen Den Haag en Rotterdam een man de coupé binnen en zei dit:

'Goedenavond dames en heren ik ben geen junk en geen crimineel ik geloof in God en Jezus en ik lieg dus niet maar ik wil een bijdrage vragen voor de nachtopvang voor een slaapplaats heeft u misschien een kleine bijdrage alstublieft?'


Foto hier gevonden.

maandag 7 december 2009

Pars pro toto


















Klik op de foto om hem te vergroten.


Ik had me voorgenomen eerst eens met eigen ogen een 'retailbibliotheek' te gaan bekijken voor ik er weer iets over zou schrijven, maar dat voornemen laat ik (zoals zovele) even voor wat het is. Tenaanval heeft de retailbibliotheek in Zwolle-Zuid bezocht en schreef daar een kritische blogpost over met als titel 'Wil de bibliotheek de Aldi zijn?' Haar bezwaren betreffen niet het retailconcept op zich, maar de goedkope uitvoering ervan, of in elk geval de goedkope uitstraling van de uitvoering in Zwolle-Zuid.

Op haar stuk kwam een reactie van 'Brownie' die een direct betrokkene lijkt te zijn. Hij/zij (ik houd het verder voor het gemak maar op 'hij') schrijft dat het nieuwe concept in Zwolle-Zuid gerealiseerd is met de helft van het budget dat er eigenlijk voor nodig zou zijn, en met veel hergebruik van reeds aanwezig meubilair e.d. Nu ben ik een groot voorstander van hergebruik en van zuinig werken, maar in dit geval denk ik er toch wat anders over. De retailbibliotheek in Z-Z krijgt nogal wat aandacht en je zou hem kunnen zien als een prototype en tevens als proefbibliotheek. Het lijkt me daarmee de verantwoordelijkheid van heel bibliothecair Nederland om daar iets goeds neer te zetten waar we allemaal wat van kunnen leren. Dus hadden, vind ik, alle openbare bibliotheken van Nederland eigenlijk (naar draagkracht) iets moeten bijdragen, zodat het retailconcept in Z-Z wél geheel volgens de regels van de marketing gerealiseerd had kunnen worden. Wat mij betreft liefst nog steeds met zoveel mogelijk hergebruik, maar dan wel hergebruik met allure (b.v. in de stijl van Piet Hein Eek, of van Villa Augustus, ik noem maar wat).

Zelf vind ik dit best simpel klinken, maar dat zal het ongetwijfeld niet zijn want elke bibliotheek heeft zijn duur bevochten geld natuurlijk hard nodig voor de eigen vestiging(en).

Dit was overigens nog niet meteen de reden dat ik besloot toch weer iets over het retailconcept te gaan schrijven. Pas bij de slotregelsvan Brownie voelde ik die behoefte ineens onweerstaanbaar opkomen. Hij schrijft daar dit:

Wat vooral betekent: alles zó organiseren en presenteren dat je product zichzelf verkoopt. Of in bibliotheektermen: verhalen voor zichzelf laten spreken. En wie kan daar nu bezwaar tegen hebben?

Vooral die retorische vraag aan het slot riep tegenspraak bij me op. Alsof elk weldenkend mens meteen zou zeggen: niemand natuurlijk! Misschien ben ik niet weldenkend genoeg, maar het eerste wat in me opkwam was: ik! ik heb daar wel degelijk bezwaar tegen!

Maar sinds ik (gisteren) aan dit stukje begon is er alweer een reactie van Brownie op het blog van Tenaanval verschenen, die nieuw licht op de zaak werpt. Ik moet er daardoor nog eens wat verder over denken en kom er misschien later op terug.


Foto hier gevonden.

zaterdag 5 december 2009

Kaart&boek19























Mijn wens is dezelfde als vorig jaar op deze datum.


Kaart: tekenaar onbekend, ca. 1940

vrijdag 4 december 2009

Kaart&boek 18 + kooptip
















Kaart: Collectie Sint Nicolaas Museum


Naschrift: Ik zag dat ik vorig jaar een iets afwijkende versie van deze kaart heb geplaatst, onder een iets afwijkende blogtitel, zie hier.

donderdag 3 december 2009

Een p-woord






















We moeten op het werk allemaal op de foto voor een smoelenboek. Ik was dinsdag aan de beurt. Ik had me voorgenomen me nu eens een keer vriendelijk glimlachend te laten vastleggen en daar zelfs thuis op geoefend. 'Blind' wel te verstaan, d.w.z. ik produceerde eerst een glimlach en keek pas daarna in de spiegel hoe hij geworden was. Hij werd niet slecht, vond ik zelf. Maar bij de fotograaf aangekomen bleek het allemaal anders te gaan dan ik verwacht had. De laatste keer dat ik bij een fotograaf was, was 12 jaar geleden toen we met de hele familie (mijn schoonfamilie) op de foto gingen. De keer dáárvoor moet een schoolfoto geweest zijn, 40 jaar geleden. Ik was dus in het geheel niet voorbereid op de moderne ontwikkelingen in de portretfotografie en aan mijn ijverig ingestudeerde glimlach had ik niks. (Ik denk dat ik hem nu af en toe maar in het dagelijks leven ga gebruiken. Je weet maar nooit wat dat nog teweeg kan brengen.)

Het begon al met de zeer ongemakkelijke hoge kruk die voor me klaarstond. Wie bedenkt zoiets? 'Zit je lekker?' vroeg de fotograaf. 'Nee,' zei ik. Toen mocht ik er tegenaan gaan hangen, wat iets comfortabeler was. Daarna begonnen de opnamen, begeleid door opdrachten als: kin omhoog, iets naar links, kijk trots, ja prima, denk aan je grootste liefde, kijk alsof je tv kijkt. De fotograaf vroeg ook: wat is je passie? Die vraag verwachtte ik al omdat een collega me verteld had dat hij haar gesteld was. Gelukkig maar, want nu kon ik vlotweg zeggen: op die vraag was ik al voorbereid, maar ik weet het werkelijk niet. Waarop de fotograaf tot mijn opluchting zei dat het niet hoefde, maar dat hij al wel heel veel passies gehoord had. Ik vroeg: welke bijvoorbeeld? en kreeg o.a. te horen: tuinieren, wandelen, zeilen. Na zo'n 25 opnamen mocht ik weer aan mijn werk.

Dat van die passies bleef me nog een tijdje bezighouden. Ik kon me maar niet indenken hoe je gepassioneerd kunt wandelen e.d. Maar na een nachtje slapen begreep ik het ineens: passie was hier gewoon een ander woord voor hobby. Ik was nietsvermoedend in de val van de woordinflatie getrapt. Als iemand 'geniaal' zegt denk ik heus niet meteen aan Bach of Einstein, maar weet ik dat hooguit 'knap gedaan' bedoeld wordt. Bij 'bizar' weet ik dat het 'een beetje vreemd' betekent en 'fantáástisch' staat meestal gewoon voor 'leuk'. Maar dat passie nam ik nog helemaal serieus. Als die fotograaf gevraagd had of ik hobby's had, dan had ik wel iets kunnen bedenken. (Al geloof ik nou weer niet dat het denken aan b.v. bloggen een bijzondere foto zou hebben opgeleverd.) Maar passie leek me tot vandaag nog iets van een hogere orde, iets waar ik niet toe in staat was. Een nuttig bezoekje dus, taalkundig gezien.


Foto: 'Glimlachende toekomstige bibliotheekmedewerkster', 1955

zondag 29 november 2009

Rotterdam 2009-3

















Afgelopen vrijdag aan het eind van de middag kwam ik van mijn werk en sloeg de hoek van mijn straat om. Bij de Marokkaanse slager/groenteboer stonden een stuk of 50 mannen voor de deur. Even dacht ik: is er een ongeluk gebeurd? Maar toen zag ik het: er stond een enorme koel-vrachtwagen op straat waaruit mannen in het wit kwamen die dode dieren op hun nek droegen. Aha, dacht ik, dat moet voor het offerfeest zijn. Binnen in de winkel stonden ook nog tientallen mannen te wachten.

Van die mannen in een wit pak met een capuchon, met een dood beest op hun nek, die zag je vroeger geregeld, maar tegenwoordig bijna nooit meer. Het heeft iets nostalgisch, zelfs voor wie, zoals ik, inmiddels vindt dat je maar beter geen vlees kunt eten. Een stukje 'cultureel erfgoed' zou ik het bijna willen noemen. Maar daar zal Geert W. het wel niet mee eens zijn. De Partij voor de Dieren misschien ook niet.


Foto: Flickr, gemaakt door Nancee art.

In de box-denken


















Op de voorpagina van NRC Handelsblad stond gisteren een gesprek met Neelie Kroes, de nieuwe Commissaris voor Digitaal Europa (of hoe de functie ook precies mag heten). Daaruit komt dit stukje:















Gek (maar dat heb ik de laatste tijd wel vaker), ik moest ineens aan de bibliotheek denken. En toen bedacht ik stiekem ook even hoe leuk het zou kunnen zijn om zelf in een garage een bibliotheekje te beginnen. Met allemaal mooie prentenboeken, en elke middag voorlezen, en met literaire knuffeldieren, en een eigen avonturenwebsite die Anna dan misschien wel zou willen maken, en... Of...

Maar ja, ik heb geen garage. En het zou vast tegen de regels zijn.


Foto hier gevonden.

zaterdag 28 november 2009

Kaart&boek 17 + Bruna-blues























Op BoekenDingen las ik een bericht over een boekenwidget om op je Hyves-pagina te zetten. (Lees als je tijd hebt eerst even dat bericht alvorens hier verder te gaan.) Toen ik het las dacht ik: waarom kan Bruna dat wel en de bibliotheek blijkbaar niet? Waarom hebben 'wij' iets dergelijks niet allang ontwikkeld, zodat mensen het op de website van hun bibliotheek kunnen vinden om het op Hyves (of ergens anders) te zetten als ze dat leuk vinden? Is dat een kwestie van geld? Zou kunnen, maar wat kost een multi-touch table, wat kost het huren van de Van Nelle-fabriek, wat kost een reis naar Umbrië? Heeft het iets met prioriteiten te maken? Met macht? Met eerst vergaderen? Met onwil? Met versnippering? Of met een combinatie van twee of meer van deze factoren? Komt het nog goed?

Ik vermoed dat bij de in wording zijnde Digitale Bibliotheek wel zo'n soort widget zal zitten. Maar wanneer is die klaar, en kan iedereen er dan meteen gebruik van maken? (Tenaanval, dat weet jij misschien wel.) Blijft nog altijd dat Bruna ons voor was (en dan heb ik het nog niet eens over LibraryThing) en dat dat toch jammer is (vind ik).

Ik zit niet op Hyves (en ook niet op Facebook). Ik zit helemaal niet te wachten op leesadviezen via een widget. Ik ben beslist geen fan van Bruna. Maar er zijn heel wat bibliotheekmensen die vinden dat de bibliotheek iets moet doen met Hyves, er zijn heel wat bibliotheekmensen die het 'delen' van informatie via widgets leuk en belangrijk vinden, er zijn heel wat bibliotheekmensen die denken dat bibliotheken een soort Bruna's moeten worden om te kunnen voortbestaan. Past zo'n boekenwidget daar dan niet prachtig bij? En waarom is die er dan nog niet? Nou?

Omdat het me even hoog zat mopperde ik erover tegen iemand die een beter geheugen bleek te hebben dan ik en die me erop wees dat op ZBDigitaal een jaar geleden al een post stond over een (andere) Bruna-boekengadget die je op je Hyves-pagina kon zetten en dat uit dat stuk ook al frustratie bleek over het feit dat de bibliotheek zoiets niet had. Inmiddels zijn we dus een jaar verder en heeft Bruna alweer een nieuwe widget en hebben 'wij' nog steeds niks.

En wat nou wel een beetje gek is, is dat ik destijds een reactie gegegeven blijk te hebben op dat stuk op ZBDigitaal, nl. deze:

Moeten we in plaats van steeds maar weer bedroefd te constateren dat anderen ons wéér ergens in voor zijn geweest (zoals ook al bij de NRC-boekensite) niet eens bedenken waar we als bibliotheek uniek in zijn en dat zo snel en zo goed mogelijk 'in de markt zetten'? Vraag me niet wáár we dan precies uniek in zijn, want dat weet ik ook niet meteen, maar daar zal toch wel uit te komen zijn zonder er jaren over te vergaderen?
De alomtegenwoordige digitalisering slaat ons heel wat troeven uit handen, maar er móeten dingen zijn die niemand ons nadoet, misschien alleen al omdat we geen winst hoeven te maken.
Moedig voorwaarts! zou Reve zeggen.
Groet, schrvrdzs


Kijk, en dat vind ik nog steeds best aardig gezegd van mezelf. En ik sta er nog helemaal achter. En ik vind eigenlijk zo'n boekenwidget helemaal niet zo belangrijk. Maar ik vind inmiddels wél dat we hem allang hadden moeten hebben.

Is dit nou voortschrijdend inzicht of juist niet?


Kaart: Quint Buchholz, Nachts, mit Buch, Inkognito, Berlijn

maandag 23 november 2009

Kaart&boek16























Kaart: Quint Buchholz, Eines Morgens im November, Inkognito, Berlijn

zondag 22 november 2009

Meten is weten

















In de Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk stond een discussie waar ik al even naar verwees, tussen Wim Keizer en Jan Krol. Ik was hem verder al weer bijna vergeten, maar toen Tenaanval gisteravond in een reactie op mijn dodo-post schreef 'Een goede, inhoudelijke discussie wordt zelden gevoerd.' dacht ik: o ja, ik wou nog iets schrijven over de sandwichformule.

Die discussie van de heren Keizer en Krol ging namelijk over de sandwichformule. Lees hem vooral zelf als je dat nog niet gedaan hebt (zie hier) want het is een belangrijk en actueel onderwerp, maar voor wie haast heeft zal ik proberen hem even samen te vatten (uiteraard zoals ik het begrepen heb). Krol zegt dat de retailbibliotheek een vorm van de sandwichformule is: je biedt de lezer iets eenvoudigs aan, maar vergemakkelijkt daarmee voor hem de weg naar iets moeilijkers. Keizer zegt dat hij niet zo in de sandwichformule gelooft:

Bestaan er wel goede sandwichformules? Ik ben sceptisch over sandwichformules en wacht met belangstelling het onderzoek af waaruit straks blijkt dat de bevolking van (o.a.) Zwolle-Zuid tot de best geïnformeerde mensen ter wereld behoort dankzij de retailformule van de wijkbibliotheek.

Nu vrees ik dat het verwijzen naar zo'n onderzoek ironisch (of wellicht cynisch) bedoeld is en dat er niet echt een plan bestaat om iets dergelijks eens te onderzoeken. Dat neemt niet weg dat het een goede manier zou kunnen zijn om te testen of waar je mee bezig bent het beoogde effect heeft. En dat is precies wat die ethologen en ecologen uit de SLOSS-discussie wél doen: ze tellen dieren en planten en ze maken computermodellen en berekeningen. De tegenpartij vecht dat dan weer aan met andere tellingen en andere modellen en dat leidt misschien niet meteen ergens toe, maar het geeft langzaam maar zeker toch inzicht denk ik, en het besef dat er niet één methode is waarmee je alle problemen kunt oplossen.

En dat is wat bij zo'n sandwichformule-discussie in de bibliotheek helaas ontbreekt: cijfers om naar te verwijzen. De een zegt: ik geloof in de formule, de ander zegt: ik niet. Maar daar kom je niet veel verder mee als je niet kunt aantonen op grond waarván je er al dan niet in gelooft.

Ik moet bekennen dat ik nog nooit van de term sandwichfomule gehoord had, of in elk geval herinnerde ik het me niet. Ik neem aan dat AH er ook mee werkt: als we nieuwe klanten trekken met een goedkope aanbieding dan nemen ze hopelijk ook meteen wat duurs mee en worden misschien zelfs vaste klant. Ik kan er natuurlijk weinig over zeggen, maar wat me opvalt is dat je af en toe, b.v. als de luiers in de aanbieding zijn, veel meer mensen bij AH ziet, die dan alleen een paar pakken luiers kopen. Er zal vast wel eens iemand klant worden door zo'n actie, maar ik heb het gevoel dat de meeste luierkopers daarna weer gewoon naar Bas van der Heijden en Aldi gaan. (Hoe ik dat zo goed kan zien, dat die mensen daarna niet meer terugkomen? Dat komt omdat het bevolkingsgroepen zijn die je normaal wat minder bij AH ziet. Zeg ik het zo politiek correct genoeg? Ik geef die mensen trouwens groot gelijk: Bas ís goedkoper en als AH hier niet toevallig op de hoek zat terwijl ik voor Bas 10 minuten moet fietsen, zou ik zeker vaker voor Bas kiezen. Maar ik dwaal af.)

Ik heb eerlijk gezegd het gevoel dat de retailbibliotheek vooral bedoeld is om mensen te trekken ('verleiden'): meer leners, meer uitleningen, meer overtuigingskracht tegenover de subsidieverstrekker. Dat lezen zo belangrijk is en leidt tot mediawijsheid e.d., dat wordt er wel vaak bijgehaald, maar ik denk wel eens dat men stiekem al dik tevreden is als alleen maar de uitleencijfers omhoog gaan. Wát die leners dan lezen doet er eigenlijk niet zo toe.

Of een retailbibliotheek leidt tot mediawijzere burgers lijkt me vrij lastig te onderzoeken, al zal het vast wel kunnen. Maar of de sandwichformule als je hem wat eenvoudiger definieert werkt, moet volgens mij wél te meten zijn. Zoals Bol.com kan zeggen: 'mensen die dit boek kozen, kochten ook...' moet toch ook voor de bibliotheek een programma te maken zijn met 'mensen die dit boek leenden, leenden ook...' En dan maar eens tellen of de lezers van de boeken van de bestsellerstafel tegelijkertijd (of de volgende keer) ook wel eens iets anders meenemen. En als blijkt dat ze dat inderdaad doen (of niet), dan 'het veld' ingaan en vragen waaróm ze dat doen (of niet) en of het wel voor henzelf is of misschien voor hun tante, enz. Een beetje zoals de ethologen dat aanpakken dus: met computermodellen én met 'ouderwets' veldwerk.

En dan hou je natuurlijk ook nog de principiële discussies of je álles wat mensen willen lezen wel moet subsidiëren en of je nog aan volksopvoeding moet doen enz., maar dan heb je in elk geval een paar cijfers waar je misschien iets mee kunt aantonen. En dan hebben de tegenstanders hopelijk ook cijfers, en dan komt er een polemiek in het Bibliotheekblad en dan heeft Tenaanval het naar haar zin. (En zelf zou ik het ook wel leuk vinden.)


Foto van een (vegetarische) sandwich hier gevonden.

zaterdag 21 november 2009

Kaart&boek 15

Nog een voor Anna en de commune idtvdb:























Kaart: Soizick Meister, Bücherkatze, Inkognito, Berlijn

Een beetje bibliobiogeografie























Ik lees momenteel Het lied van de dodo (ondertitel: Eilandbiogeografie in een eeuw van extincties) van David Quammen. Dat gaat over evolutie en (dus) over het ontstaan en uitsterven van soorten. Van evolutie wist ik tot ik aan dit boek begon weinig en nu nog steeds niet veel, maar toch net iets meer. Van discussies tussen ecologen wist ik helemaal niets, maar door het boek heb ik er een leren kennen die me ineens aan de bibliotheek deed denken. Ik zal namen en jaartallen achterwege laten (wie ze wil weten kan terecht in het boek of b.v. op Wikipedia) en of de discussie nog steeds hier of daar gevoerd wordt weet ik niet (het boek is uit 1996 en ik heb het bovendien nog niet uit), maar ik zal proberen een beetje uit te leggen waar hij (volgens mij) over gaat (of ging).

In de jaren '70 en '80 van de 20e eeuw werd door een aantal ecologen het zogeheten SLOSS-debat gevoerd, waarbij de letters staan voor Single Large Or Several Small. Het ging om de vraag wat beter is: één groot natuurreservaat of verschillende kleine. Het beantwoorden van deze vraag heeft natuurlijk nogal wat conseqenties voor de natuurbescherming. Aangezien de mens voortdurend meer plaats voor zichzelf opeist, moeten dieren en planten het met de overgeschoten stukjes doen. En hoe deel je die dan het beste in? Voorstanders van Single Large zeiden dat je in een groot gebied het minste verval van het eco-systeem hebt en dat het aantal soorten dat een gebied kan herbergen samenhangt met het aantal vierkante kilometers. Several Small-aanhangers beweerden: soms kun je juist meer soorten herbergen door een aantal kleinere stukken natuur in stand te houden, omdat sommige soorten gebaat zijn bij isolatie. En vervolgens is het dan weer de vraag wélke soorten je in je gebied hebt. Een groot (roof)dier redt het alleen in een groot gebied, een ander dier heeft juist meer kans in een gebied waarin dat grote roofdier niet meer voorkomt. En gaat het je om het áántal soorten of om de bijzonderheid en/of kwetsbaarheid ervan? Enz. enz.

Ik weet niet of iemand bij het lezen van het bovenstaande aan de bibliotheek moest denken, maar ik zag toen ik erover las ineens parallellen met het oprichten van basisbibliotheken en ook met de retailbibliotheek. Hoe groot moet een bibliotheek zijn om levensvatbaar te zijn, waar heb je meer aan: één grote of een aantal kleine bibliotheken, welke 'soorten' (boeken/lezers/ informatie/e.d.) gedijen beter in een grote, welke in een kleine? Is het een goed idee om bibliotheken te hebben die maar voor een enkele 'soort' bedoeld zijn: b.v. alleen voor jongeren of alleen voor literaire lezers? Of is het juist goed om een bibliotheek te hebben waar iedereen iets van zijn gading vindt? Voelen pubers zich wel thuis in een bibliotheek waar ook bejaarden komen of verdwijnen ze daar ('sterven uit')? Welke 'soorten' kunnen samen een evenwicht vormen en welke verdragen elkaar niet? Gaan literaire lezers er vandoor als ze voortdurend display-tafels met Mansell en Noort zien? Is een dorpsbibliotheek iets heel anders dan een stadsbibliotheek? Welke soorten lezers/boeken/enz. vinden we het belangrijkst? Gaat het om veel of gaat het om bijzonder? Enz. enz.

In het SLOSS-debat werden van beide kanten computermodellen ingezet, waarvan de tegenpartij dan weer beweerde dat ze niet op elke situatie van toepassing waren. En toen kwam er ook een ecoloog die zei: we moeten het veld weer in en om ons heen kijken en soorten tellen, net als vroeger. Er werden ook experimenten gedaan met geïsoleerde stukken regenwoud. En met een eilandje dat van alle dieren (spinnen e.d.) ontdaan werd, nadat ze eerst allemaal geteld waren, en waar toen gekeken werd door welke soorten het opnieuw gekoloniseerd werd.

Ik denk dat het voor de bibliotheek ook wel eens een idee zou kunnen zijn om wat te experimenteren. En vooral ook om te kijken of ergens misschien situaties zijn waar zich al vanzelf een soort 'natuurlijk experiment' heeft voorgedaan, zoals dat in de natuur op eilanden of in andere geïsoleerde gebieden het geval is.

Toen ik een huisgenoot over het SLOSS-debat vertelde reageerde die meteen met: een groot gebied is natuurlijk altijd beter. Dat was precies wat ik zelf ook in eerste instantie dacht, maar de argumenten van de voorstanders van Several Small hebben me inmiddels toch ook te denken gegeven. Waarmee ik maar wil zeggen dat wat op het eerste gezicht logisch lijkt niet altijd waar hoeft te zijn.

Nou, dit waren zomaar wat associaties dankzij Het lied van de dodo. Wie er voor openstaat denkt blijkbaar vroeg of laat altijd weer aan de bibliotheek...


Tekening: Flickr, gemaakt door: Sugar Donkey Dolls (geen cc, maar té toepasselijk).

Kaart&boek 14

Voor Anna en de commune idtvdb:






















Tanneke Wigersma, Lekker lezen, Manó Kinderboekenpromotie, Dronten

vrijdag 20 november 2009

Kaart&boek 13




Kaart: Quint Buchholz, Landstrasse, Inkognito, Berlijn

donderdag 19 november 2009

Kaart&boek 12

En nog eentje:






















Laurent de Brunhoff: Babar à la pipe (uit: Les leçons de français de Babar, 1963)

Kaart&boek 11

Voor Ton de K. en andere Babar-liefhebbers:























Kaart: Laurent de Brunhoff, Babar lit (uit: Les Leç
ons de français de Babar, 1963)

Kaart&boek 10























Kaart: Jean de Brunhoff, Babar en famille, 1938

woensdag 18 november 2009

Kaart&boek 9 + advies























In de Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk van november 2009 (hier te vinden) voert Wim Keizer een discussie met Jan Krol over retailtechnieken in de bibliotheek en zegt daarin: 'Volgens mij moet voorlezen al prenataal beginnen. Jan Wolkers hoorde zijn vader uit de Statenbijbel lezen toen hij nog in de baarmoeder zat.'

Ik ben het daar geheel mee eens: het belang van voorlezen is volgens mij nauwelijks te overschatten en het is vooral ook heel leuk. Dat het al voor de geboorte zou moeten beginnen leek me aanvankelijk een beetje overdreven, maar wat verder mijmerend over Wolkers en de Statenbijbel begon ik er steeds meer in te geloven. Waar werd enkele tientallen jaren geleden de (Staten)bijbel dagelijks aan tafel voorgelezen? Bij de gereformeerden. Wat was enkele tientallen jaren geleden de bevolkingsgroep die het meeste las? Inderdaad: diezelfde gereformeerden. Het eerste weet ik uit ervaring, het tweede is uit onderzoek gebleken (helaas kon ik daar op internet niet zo snel iets over terugvinden, maar geloof me nou maar). En dat ongeboren baby's muziek kunnen horen wordt in brede kring aangenomen. Dus...

Welke bibliotheek wordt de eerste met een voorleesuurtje voor ongeboren baby's?


Kaart: Joost Swarte, een van de 12 uit de serie LEZEN BRENGT U EN ANDEREN RONDOM U ERNSTIGE SCHADE TOE, uitgave Thomas Rap/Black Olive Press, 2006

dinsdag 17 november 2009

Kaart&boek 8

















Kaart: Fernand Léger (1881-1955), Reclining Figure, 1922

maandag 16 november 2009

Geheimpje




Er lijkt een soort estafette aan de gang te zijn waarbij mensen op hun blog 10 dingen over zichzelf onthullen (zie hier en hier). Zover wil ik niet gaan, maar 1 klein geheimpje durf ik wel op te biechten: pas moest ik huilen om wat ik (in een reactie) op een blog las. Soms huil je van pijn of verdriet, maar het vaakst huil je misschien wel van machteloosheid. Hier was het in elk geval dat laatste.

Ik las dit: 'Wie niet tweet is een loser dus.'

Ik zou het me niet aangetrokken hebben als het niet een zinnetje van een bibliothecaris (eigenlijk moet ik natuurlijk informatiespecialist zeggen) was geweest, die eerst had uitgelegd hoe hij tegenwoordig vrijwel al zijn informatie verzamelt via twitter. Ik heb wel een paar twijfels over die manier van informatieverzamelen, maar dat is het punt niet. Het punt is dat die bibliothecaris (zijn naam doet er niet toe want ik denk dat hij representatief is voor een groep) zei dat je, als je het als bibliothecaris/informatiespecialist anders aanpakt, een loser bent. Welnu: ik pák het anders aan. En ik ken ook nog wel een paar andere bibliotheekmensen die het anders aanpakken.

Ik wil eventueel (als iemand mij weet te overtuigen) best geloven dat een bepaald soort informatie heel goed of misschien wel het allerbest te vinden is op of via twitter. Maar er is ook informatie die je níet op twitter tegenkomt. Soms staat die in de krant, soms in een boek, soms hoor je hem in de trein. Dat heeft veel te maken met wat je rol is in de bibliotheek. Als je je daar bezighoudt met peuters, dan heeft twitter je niet zoveel te bieden. Als je je (zoals ik) bezighoudt met boeken voor hoogbejaarden, dan geldt hetzelfde.

Hier valt over te discussiëren en dat zou ik ook best willen. Maar die term 'loser', die bevalt me niet. Evenmin als het me beviel toen ik onlangs in het Bibliotheekblad las dat er teveel vrouwen in de bibliotheek werken en dat dat de oorzaak van alle ellende is. Evenmin als het me beviel toen gesuggereerd werd dat alle babyboomers maar eens moeten ophoepelen. Evenmin als het me beviel dat wie niet direct enthousiast was over de 'belevenisbibliotheek' ongeschikt werd verklaard om mee te doen in de bibliotheekvernieuwing. En zo nog een paar van die dingen.

Mijn idee is altijd geweest dat we vanuit verschillende invalshoeken sámen konden werken aan de 'bibliotheek van de toekomst' omdat die bibliotheek van de toekomst ook voor veel verschillende groepen gebruikers zou zijn. Variërerend van twitteraars tot krantenlezers, van baby's tot hoogbejaarden, van literatuurlezers tot streekromanliefhebbers, van informatiezoekers tot thrillerlezers, van gamers tot werkstukschrijvers, van arm tot rijk, van autochtoon tot allochtoon, van hyvers tot eenlingen, enz. enz. 'De bibliotheek is er voor iedereen.' Iedereen zou er iets van zijn gading kunnen vinden én een bibliothecaris/informatiespecialist die daarbij past.

Ja, zo dacht ik erover, tot voor kort. Maar nu (even) niet meer. En daar moest ik om huilen. Zo, nu weten jullie het... Lach gerust!

zaterdag 14 november 2009

Kaart&boek 7 + voorspelbaar stukje

















Eigenlijk bevalt het best, zo'n blogpauze, al valt het wel een beetje tegen wat ik met de vrijkomende tijd (toch al gauw zo'n 15 uur per week...) doe: nog niks gestreken en maar één mail geschreven en naar één museum geweest en ook nauwelijks meer gelezen dan anders. Maar gewoon niets doen heeft natuurlijk ook zijn charmes. Ik merk wel dat ik vaker op blogs van anderen begin te reageren, blijkbaar is er toch een niet geheel te onderdrukken behoefte af en toe iets te beweren. Dus kan ik dat misschien maar beter weer eens hier doen in plaats van al te vaak elders. Blijft het probleem: waarover? Dat probleem is nu even opgelost door een soort Pavlov-reactie: als ik iets hoor of lees over de strandbibliotheek wil ik zelf ook altijd meteen iets zeggen of opschrijven. En ik lás iets over de strandbibliotheek: bij Tenaanval.

Ik heb het allemaal al eerder gezegd (b.v. hier), maar ik ga het toch nog eens zeggen. Sommige dingen zijn belangrijk genoeg om ze zo nu en dan onder de aandacht te brengen, in de hoop dat héél misschien iemand ergens ooit zal denken: laten we daar eens iets mee doen. En dat die eventuele iemand dan iemand is die ook echt iets kán doen, iemand met een beetje macht en een beetje geld en met een netwerkje, zo iemand.

Ik zeg het er voor de zekerheid altijd maar bij: ik vind de strandbibliotheek leuk en feestelijk en een goed idee. (Mensen denken al gauw dat je de zon niet in het water kunt zien schijnen, om een toepasselijke beeldspraak te gebruiken.) Dat ik jaloers ben betekent dan ook niet dat ik het iedereen die zich met de strandbibliotheek bezighoudt en iedereen die er plezier van heeft door er iets te kunnen lenen niet gún dat die strandbibliotheek er is. En zo denk ik ook over de stationsbibliotheek en de vliegveldbibliotheek en al die andere nieuwe spannende bibliotheken die er misschien gaan komen. Een Ikea-bibliotheekje met uit het Zweeds vertaalde kinderboeken en iemand die daar uit voorleest, dat zou me ook wel wat lijken. (Trouwens, een rijdende bibliotheek die kleine dorpen aandoet lijkt me ook wel een leuk idee. Vergeef me mijn cynisme.)

Maar wat me ook heel leuk lijkt is een mooi bibliotheekje in een zorginstelling. Het voordeel daarvan is dat je het maar een keer hoeft op te zetten en dat het er vervolgens altijd kan blijven. Als ik het goed begrepen heb zal de strandbibliotheek, nu daar geen provinciale subsidie meer voor is, in een aantal plaatsen volgend jaar niet terugkomen. Dat is treurig, want nu zijn de mensen er net aan gewend en gaan straks zonder boek naar het strand en dan stelt de bibliotheek ze toch weer even teleur. Bij een 'zorgbibliotheek' (een betere naam moeten we maar bedenken als hij er echt komt) heb je dat probleem niet: je stopt er een keer wat geld in en daarna hoef je hem alleen nog maar bij te houden door hem af en toe te verven enzo. (De boeken kunnen elk half jaar gewisseld worden door ProBiblio.)

In zorginstellingen zijn gelukkig vaak wel bibliotheekjes, maar of die leuk zijn vraag ik me af. Eerlijk gezegd heb ik er nog nooit een met eigen ogen gezien, al werk ik er dagelijks (d.w.z. als ik op mijn werk ben) voor, maar ik heb het gevoel dat het hooguit een kamertje met een paar boekenkasten is, of dat het zelfs alleen maar een paar kasten zijn, ergens op de gang. Misschien valt het mee, maar ik weet wel bijna zeker dat er een heleboel van die bibliotheekjes zijn die er veel leuker uit zouden kunnen zien. En ik weet ook wel bijna zeker dat je voor het geld waarvoor je een strandbibliotheek opzet en inricht ook een leuke zorgbibliotheek zou kunnen maken.

Altijd als ik iets lees over de strandbibliotheek, b.v. dat de minister er een biertje kwam drinken of dat schrijvers er hun intrek namen of dat erover geschreven werd in een Amerikaans blad, denk ik: als er nou toch ook eens zo'n mooie vrolijke bibliotheek in een zorginstelling kwam, waar dan misschien ook wel oude mensen uit de buurt lid konden worden, of misschien ook zelfs wel kinderen, waar je kranten en tijdschriften kon lezen, waar je koffie kon drinken en je breiwerkje mee naar toe nemen, en als die nou óók eens geopend werd door een minister, en als er dan eens een schrijver kwam vertellen over zijn werk, wat zou dat nou toch leuk kunnen zijn.

'Ja hoor, droom maar lekker verder,' zegt men dan...


Kaart: Johan Mekkink (1904-1991), De ouders van de kunstenaar, 1954